
Hoeveel er vergunningvrij op het achtererf mag worden gebouwd, is afhankelijk van de grootte van het bebouwingsgebied en de reeds aanwezige bijbehorende bouwwerken. Hiervoor geldt een landelijke staffel, waarbij de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken kan oplopen tot maximaal 150 m².Dit hangt af van het bestemmingsplan en de regels voor vergunningsvrij bouwen. Vaak geldt een percentage van het perceel en een maximum aantal m² aan bijgebouwen binnen de bebouwde kom.
Buiten de bebouwde kom mag u meestal een mantelzorgwoning van 100 m² plaatsen. In dat geval tellen bijgebouwen niet mee.
Hoeveel er vergunningvrij op het achtererf mag worden gebouwd, is afhankelijk van de grootte van het bebouwingsgebied en de reeds aanwezige bijbehorende bouwwerken. Hiervoor geldt een landelijke staffel, waarbij de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken kan oplopen tot maximaal 150 m².
Buiten de bebouwde kom geldt een maximun van 100m² en wordt er niet gekeken naar de bijbehorende bouwwerken.
Hoeveel u vergunningvrij mag bebouwen, hangt af van de grootte van het bebouwingsgebied. Is het bebouwingsgebied maximaal 100 m², dan mag maximaal 50% worden bebouwd. Bij een bebouwingsgebied tussen 100 en 300 m² mag 50 m² worden bebouwd, plus 20% van het gedeelte boven de 100 m². Is het bebouwingsgebied groter dan 300 m², dan geldt 90 m² plus 10% van het gedeelte boven de 300 m², tot een absoluut maximum van 150 m².
Let op: bestaande bijbehorende bouwwerken, zoals een schuur, garage of aanbouw, tellen mee in de maximaal toegestane oppervlakte.
Een paar voorbeelden:
Bebouwingsgebied 100 m² → maximaal 50 m²
Bebouwingsgebied 200 m² → 50 + 20% × 100 = 70 m²
Bebouwingsgebied 300 m² → 90 m²
Bebouwingsgebied 500 m² → 90 + 10% × 200 = 110 m²
Bebouwingsgebied 700 m² → 130 m²
Bebouwingsgebied 900 m² → 150 m²
Bebouwingsgebied 1.200 m² → blijft 150 m²
Ja, dat mag in veel gevallen, zolang dit past binnen de hoogte- en bestemmingsregels. In de praktijk worden mantelzorgwoningen vaak in delen vervoerd en geplaatst. Daardoor is er een beperkte nokhoogte. Deze ligt meestal rond de 3,20 meter.
Ja, meestal wel. Bij vergunningsvrij bouwen ligt dit vaak rond 3 meter goothoogte en 5 meter nokhoogte, afhankelijk van de situatie. Omdat woningen kant-en-klaar worden vervoerd, geldt er in de praktijk vaak een maximale nokhoogte van circa 3,75 meter.
Ja, dat kan. Dit is vaak wel vergunningplichtig en afhankelijk van lokale regels en technische haalbaarheid.
Bij vergunningsvrij bouwen mag dit vaak tot op de erfgrens, afhankelijk van de situatie en lokale regels. In de praktijk wordt vaak minimaal 1 meter aangehouden. Voor onderdelen zoals overstek en ventilatie (koekoeks) is minimaal een halve meter nodig.
Wordt er toch op de erfgrens gebouwd, dan gelden vaak aanvullende eisen, zoals extra brandwerende materialen en aangepaste kozijnen.
Als het perceel grenst aan openbaar groen of water, gelden vaak strengere regels. In veel gevallen is vergunningsvrij bouwen dan niet mogelijk en is toestemming nodig van de gemeente of het waterschap.
Er is meestal geen vaste minimale afstand. Wel moeten de woningen functioneel bij elkaar horen en binnen het erf passen. De mantelzorgwoning staat altijd in het achtererfgebied, minimaal 1 meter achter de voorgevel van de hoofdwoning.
Nee, dat is niet verplicht. In de praktijk wordt de mantelzorgwoning vaak via dezelfde toegang als de hoofdwoning bereikt.
Dan gelden strengere regels. Vaak is een vergunning verplicht en moet rekening worden gehouden met bescherming van natuur, erfgoed of bomen.
Bij vergunningsvrij bouwen hebben buren geen formele bezwaarprocedure. Bij een vergunningsaanvraag kunnen zij wel bezwaar indienen bij de gemeente. Dit gaat altijd via het bezwaarschrift van de gemeente.
Een verplaatsbare mantelzorgwoning moet voldoen aan de eisen voor tijdelijke woonfuncties uit het Bouwbesluit (nu Bbl). Dit gaat onder andere over veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en energiezuinigheid.
Niet volledig. Een tijdelijke mantelzorgwoning hoeft niet aan alle nieuwbouweisen te voldoen, maar moet wel veilig, gezond en duurzaam zijn. Het is uiteraard wel mogelijk om aan de permanente nieuwbouweisen te voldoen.
Nieuwe mantelzorgwoningen moeten in principe gasloos zijn. Bij tijdelijke bouwwerken hoeft de woning niet volledig aan alle BENG-eisen te voldoen, maar het is wel mogelijk om hier alsnog voor te kiezen.
Bij een tijdelijke woning geldt de Rc van minimaal 2,6 voor ieder afzonderlijk onderdeel van de thermische scheidingsconstructie. Er wordt dus niet gewerkt met de verschillende minimumwaarden van zoals bij permanente nieuwbouw.
Er gelden eisen voor brandcompartimentering, vluchtroutes en rookmelders, vergelijkbaar met een reguliere woning.
Ja, er gelden minimale eisen voor ventilatiecapaciteit en luchtverversing om een gezond binnenklimaat te waarborgen.
Ja, een mantelzorgwoning moet voldoen aan de geluidseisen uit het Bouwbesluit (Bbl), zoals voldoende geluidsisolatie tegen geluid van buiten en tussen ruimtes.
Ja, dat kan. Dit is afhankelijk van de gemeente en netbeheerder. In de praktijk wordt vaak gekozen voor aansluiting via de hoofdwoning.
Nee, dat is niet verplicht. De mantelzorgwoning maakt meestal gebruik van de meterkast van de hoofdwoning. In de woning zelf zit wel een groepenkast en er wordt vaak gewerkt met tussenmeters voor water en elektra.
Vaak krijgt de woning een toevoeging, zoals een ‘-Z’ of ‘-M’ nummer (bijvoorbeeld 24-Z). Dit kan meestal worden aangevraagd zodra de woning geplaatst is en wordt gebruikt voor post en administratie.
Ja, dit kan via mijnaansluitingen.nl. Dit moet worden aangevraagd door de eigenaar van het perceel.
De woning verliest dan de woonfunctie. Aansluitingen moeten worden verwijderd of aangepast volgens de regels van de gemeente.
Veelvoorkomende opties zijn een betonplaat, strokenfundering of schroefpalen. De keuze hangt af van de ondergrond en of verplaatsbaarheid gewenst is. Bij permanente plaatsing moet de woning verankerd worden aan de grond.
Ja, een mantelzorgwoning is verplaatsbaar. Dit komt doordat het volgens de wet om een tijdelijke woning gaat.
De bouw zelf duurt meestal 6 tot 8 weken. De totale doorlooptijd ligt vaak rond de 4 maanden, afhankelijk van de productiecapaciteit.
Veelvoorkomende opties zijn een betonplaat, strokenfundering of schroefpalen. De keuze hangt af van de ondergrond en of verplaatsbaarheid gewenst is. Bij permanente plaatsing moet de woning verankerd worden aan de grond.
Ja, een mantelzorgwoning is verplaatsbaar. Dit komt doordat het volgens de wet om een tijdelijke woning gaat.
De bouw zelf duurt meestal 6 tot 8 weken. De totale doorlooptijd ligt vaak rond de 4 maanden, afhankelijk van de productiecapaciteit.